Over musicone2five

Het is al heel wat jaren geleden dat ik muziekwetenschap begon te studeren in Gothenburg. Ik had een aantal jaren in Zweden gewoond, de taal geleerd en dingen over de Zweedse cultuur, maar het was moeilijk om een passende baan te vinden. Dus dacht ik, waarom niet iets gaan studeren dat ik altijd al leuk vond, daar gelijkgezinde mensen ontmoeten enzovoort. En het was muziek wat me interesseerde. Als pianist ben ik nooit verder gekomen dan een amateur niveau, maar muziek is altijd een grote troost geweest in moeilijke tijden. Dus toen ik de gelegenheid kreeg om over muziek te gaan studeren, nam ik mijn kans waar. Het hoofddoel was te begrijpen waarom muziek eigenlijk zo troostrijk is en in het algemeen hoe muziek onze gevoelens, onze emotie beïnvloedt.

Ik was een oude student, een ‘akademisk tant’ zoals ze het noemen in Zweden, dat is een oudere dame die maar blijft studeren. Omdat ik me niet erg op mijn gemak voelde tussen al die jonge studenten hield ik me een beetje op de achtergrond en zoog alle informatie in me op. Het was heel leuk en verrijkend. Na m´n bachelors wilde ik verder gaan en meer wetenschappelijk onderzoek doen, maar er waren niet genoeg studenten en muziekwetenschap werd geïntegreerd in de grotere sectie cultuurwetenschap. Wat een teleurstelling was dat en wat te doen? Zonde om al die informatie die in mijn hoofd lag opgestapeld gewoon weg te gooien. Al die interessante dingen zoals waarom we kippenvel krijgen van bepaalde muziek. En waarom muziek ontspant of juist het tegenovergestelde, activeert. En hoe het mogelijk is dat muziek herinneringen opwekt. J.S. Bach wist al eeuwen geleden van het verband tussen muziek en emotie en maakte er gebruik van in zijn composities. Maar ik was geen componist, niet eens een goede pianist dus wat te doen?

Toen besloot ik om een website te beginnen en die te vullen met verschillende dingen over de invloed van muziek, die een wetenschappelijke basis hebben en die ik interessant vond. Ik deed er nog een muziekspel bij dat ik ooit eens gemaakt had voor de kleuters op de school van mijn dochter, met een korte uitleg aan mijn doelgroep, de ouders en onderwijzers van jonge kinderen. Het doel van de website was om deze muzikale informatie beschikbaar te maken voor mensen die niet noodzakelijkerwijs aan een universiteit gestudeerd hebben. Dus daar was hij dan: musicone2five. Daarna heb ik een voorleesboekje geschreven. Het is een muziekverhaal met veel suggesties voor heel eenvoudige muzikale spelletjes die een ouder of onderwijzer kan doen met de kinderen. Het doel is om op een speelse manier te leren over gevoelens. Daar kun je ook over lezen op de website: muziekverhalen. Het boekje is te verkrijgen in het Zweeds en in het Nederlands. Het werken aan de website heeft de laatste jaren op een zacht pitje gestaan, maar nu is dit blog erbij gekomen. En hoe het verder gaat? Dat weet ik nog niet, maar zolang ik er plezier in heb ga ik door met het ontwikkelen van de site. Post gerust een commentaar als je dit leest. Nog een prettige dag toegewenst!

De laatste reis?

Niet dat ik denk binnenkort dood te gaan, maar als ik ga, dan mogen ze dit gedicht van V. Dahlqvist wel voorlezen. Het is een gedicht zo luchtig dat het de angst verzacht, vind ik. Het is zo begrijpelijk, zo eenvoudig. Misschien is doodgaan eenvoudig. Niets om bang voor te zijn. Gewoon floep, van de ene staat in de andere. Maar de oorzaak en het proces van sterven geven me toch te denken. Ik hoop op een mooie dag zonder gedoe in te slapen. Maar je weet niet hoe het uiteindelijk gaat. In mijn hoofd kunnen zich onprettige scenario’s afspelen, dingen die ik heb meegemaakt of die indruk hebben gemaakt op de tv. En echt zwaar is het verdriet dat iemands overlijden veroorzaakt. Vooral bij degenen die dichtbij staan. Het is ook moeilijk om niet zelf verdrietig te worden door andermans verdriet. Maar als ik me voorstel hoe het zal zijn als ik niet meer in leven ben, dan lijkt me dat eigenlijk best oké. Ik denk in elk geval niet hier te blijven rondspoken en mensen de stuipen op het lijf te jagen. Als ik al iets met het aardse leven te maken zou hebben daar aan de andere kant, dan lijkt het me bijvoorbeeld wel leuk om kleine energiestootjes te kunnen sturen naar mensen als dat even nodig is. Het gedicht heet ‘De laatste reis’. Is het echt de laatste reis? Is dit als het ware mijn enige kans? Hmm, het voelt niet zo. Maar misschien wel als de persoon Nicolette. Dus lees gerust Dahlqvists gedicht voor als ik ben gestorven. Want als het op een dag zover is, dan is het ook mooi geweest voor deze keer.

De laatste reis – Valdemar Dahlqvist (1888 – 1937)

Ik heb m’n kaartje gekocht en sta
op het perron
Een wonderlijke trein …
Het is de laatste keer dat ik reis
maar weet niet
waarheen en op welke wijze
Ik vroeg of er ook een retourtje was
Toen glimlachte hij
in het loket,
stak zijn neus naar buiten en zei
dat het een enkele reis was
Zo onvoorstelbaar enkel.

Dus ga ik in mijn slaapcoupé
bagage heb ik niet mee
Alles ziet er zo wonderlijk uit –
hier is de conducteur
zonder uniform of fluit
hij draagt een zeis –
Ik weet hij is de dood, hij kent de afloop
van de menselijke reis.

Merkwaardig dat ik niet bang ben
ik lig zo stil in mijn bed
Hij lacht zo vriendelijk, hij knipt
het kaartje voor de laatste reis
naar hemelse vertrekken
Hij mompelt vaderlijk:
“Erger wordt het niet,
slaap zacht en gerust
Ik zal je niet wekken.”

(de Nederlandse vertaling is van mij)

Amélie in het bos 3 – kikker

”Het pad wordt nu wel erg hobbelig hoor. Zullen we teruggaan?” zegt pappa. Maar Amélie vindt het nog leuk en hij wil haar plezier niet bederven. “Als we teruggaan, doen we er waarschijnlijk langer over”, zegt mamma bovendien. Na nog een paar lastige bochten wordt het pad gelukkig breder. De zon schijnt nu door de bladeren, het hele bospad is bezaaid met lichtvlekjes. En dan staan ze ineens voor een open plek. “Oh prachtig!” roept mamma uit, “kijk nou een hele oude eik en een rode beuk naast elkaar.” Ze lopen er naartoe. Amélie gaat tussen de bomen in staan. “Hut bouwen”, zegt ze. Maar mamma wil eerst even uitrusten. “Straks,” zegt ze, “eerst gaan we een boterham eten.”

Niet ver van de bomen staat een bank die gemaakt is van een boomstam. Daar vandaan loopt de bosgrond glooiend af naar een kleine waterplas. “Een prima plek om te picknicken”, zegt pappa. Hij zet de kinderwagen op de rem, controleert of baby Myllie haar dekentje niet heeft afgetrapt en gaat dan naast mamma op de bank zitten. Mamma deelt boterhammen uit. Pappa neemt meteen een paar grote happen. “Dat smaakt! Je krijgt honger van zo’n wandeling of niet, Amélie”, zegt hij. Maar Amélie hoort het niet. Ze is onderweg naar de vijver.

Langs de kant staan rietpluimen en op het water drijven waterleliebladen. Maar dat is het niet wat Amélie lokt. Ze is op het geluid afgegaan, het gekwaak. “Geb-beh, geb-beh”, klinkt er vanaf het water. Er zit een kikker op een lelieblad vlakbij de kant. “Kan jij water spugen kikker?” vraagt Amélie. “Dat kan alleen die kikker in jouw zwembad.” antwoordt het dier. “Maar ik heb een hele mooie bal. Het is mijn lievelingsspeelgoed.” Amélie ziet nu een bal in zachte kleuren naast de kikker op het blad liggen. “Ik heb ook een bal!” Amélie rent naar mamma en vraagt ernaar. Het is die blauwe met noppen en mamma haalt hem uit in de tas.

“Oh nee, niet doen!” roepen pappa en mamma tegelijk, maar tevergeefs. Amélie gooit de bal naar de kikker. Met een grote sprong hopt het diertje het water in. De blauwe bal ligt midden in de vijver en Amélie staat er verbaasd bij te kijken. Waarom springt de kikker weg? Hij wilde toch spelen? Pappa komt te hulp. Hij pakt een lange tak en trekt de bal daarmee naar de kant. “We laten hem opdrogen en leggen hem in de tas. Mag je er thuis weer mee spelen”, zegt hij.

Amélie tuurt over de vijver. De kikker zit een stukje verderop. Naast hem ligt zijn bal, die er nu een beetje bleek uitziet. “Jouw bal is te groot voor mij. Het lukte niet om hem terug te spelen”, kwaakt hij. Amélie begrijpt het: “Geeft niet. Tot ziens.” Ze loopt naar de bank waar haar ouders op zitten. Ze wil geen boterham maar wel een pakje rozijntjes. “Geb–beh, geb-beh”, kwaakt de kikker op de achtergrond. Mamma zegt: “Wat mooi hè, zo’n diertje. Hij is niet zo groot als de kikker van het zwembad. Hij kan ook geen water spugen, maar hij maakt grote sprongen en kwaakt grappig”. “Jaa”, zegt Amélie, “hij heet Geb-be en hij heeft ook een bal.” “Die blaasjes die tevoorschijn komen naast zijn bek als hij kwaakt, bedoel je”, lacht mamma. Daar geeft Amélie geen antwoord op. Pappa stelt voor om zo langzamerhand op te stappen. “Het is nog een behoorlijk eind lopen naar de auto”, zegt hij. Ze pakken de tas in en gaan weer samen onderweg.

De donkerste tijd van het jaar

Ik heb een heel klein vriendje
tot wie ik mij graag wend                                                                
als ik er niet uitkom,
die mijn problemen kent.                                                               
Hij toont mij de gevoelens
waar ik naar kijken moet                                                                 
en die de sleutel vormen
tot een gedachtengoed                                                                   
waarin de oorzaak van de pijn ligt.
Als ik dat dan heb doorgelicht                                                       
krijg ik van binnen weer wat ruimte
en op mezelf een beter zicht.                                                                                    

Nu is het december
Kerst staat voor de deur.                                                                 
Ik zou m’n vriendje willen vragen:
Waarom heb ik zo’n slecht humeur?                                          
Ze zeggen toch dat Kerst een feest van licht is
in de donkerste tijd van het jaar                                                  
en dat het voor iedereen is,
niet alleen maar voor een paar.
                                                         
Dat zou ik wel willen vragen, maar het kan nu niet!

Anders is het altijd zo dat
de belevenissen van mijn kameraad                                          
gewoon dagelijkse dingen
laten zien om welk gevoel het gaat.                                           

Hij is nog jong mijn vriend
komt uit de kindertijd.                                                                      
Speels en vooral nieuwsgierig is hij,
en van een ongedwongen vriendelijkheid.                             
Nooit zonder zijn lievelingsspeelgoed,
dat is een wonderlijke bal                                                               
die door kleur, patroon en toon
mijn gevoel uitdrukt vooral.

Maar nou, net nu, in de donkerste tijd van het jaar, kan het niet.

Waarom kan het niet?
Het antwoord ligt zo voor de hand:
Mijn kleine vriendje
komt namelijk uit Kikkerland.                                                        
Ergens diep verscholen in de modder
brengt hij de winter door,
houdt zich niet bezig met de Kersttijd.
Nee, hij ligt lekker op één oor.                         
Een verrassende ontdekking                            
ik had er nooit bij stilgestaan.
Midden in al mijn kerstgepieker
is er toch een lichtje opgegaan.                                                    

Uiteindelijk kan je alleen maar zijn
wie je in wezen bent.
Al die verwachtingen in deze tijd,
al dat verlangen dat je kent
en hoe het ook verpakt is,
in familiefeesten of in eenzaamheid,
een diepe wens jezelf te mogen zijn
heeft denk ik tot dit feest geleid.

Amélie in het bos 2 – elfje

Amélie loopt verder langs het bospad met haar pappa en mamma en haar babyzusje in de kinderwagen. “Maar goed dat de wagen zulke stevige wielen heeft, want het pad wordt nu toch aardig hobbelig”, zegt pappa. Het pad loopt ook nog eens een stukje af. Amélie kijkt goed uit waar ze haar voetjes neerzet. Dan ineens roept ze: “Hoeiii!” en rent het laatste stukje naar beneden. Mamma kijkt bezorgd maar zegt: “Goedzo, knap van je. Kijk daar is een holle boomstronk. Jammer dat die boom is omgewaaid. Maar nu kunnen we er wel beter in kijken. Hmm, ik zie niets hoor”.

Amélie blijft staan. Ze staat heel stil en ze zegt ook niets. Want anders zou ze het elfje wegjagen dat op de boomstronk zit. “Hoi Amélie, waar ga je naartoe?” vraagt het elfje. “Weet ik niet. Gewoon met pappa en mamma mee”, antwoordt Amélie. “Ik zal ze de weg wijzen naar een open plek in het bos. Daar is een waterbron”, zegt het elfje. Amélie weet niet wat dat is. “Het lijkt een beetje op het badje in jullie zwembad”. Dat kent Amélie heel goed. “Met een kikker die water spuugt?” vraagt ze. “Er zijn kikkers en vliegen en er is nog meer”, weet het elfje te vertellen. Tegelijk vliegt ze op en kriebelt pappa in zijn gezicht. Hij veegt met zijn hand langs zijn wang. Dan vliegt ze vlak langs een tak zodat er een beukennootje naar beneden valt. Pappa loopt erheen om hem op te pakken. Als hij weer opkijkt, ziet hij dat het bospad zich een eindje verderop in tweeën splitst.

“Nemen we het rechter- of het linkerpad?” vraagt pappa aan mamma. Mamma denkt even na. Intussen ploft het elfje neer op een bloem die langs het ene pad groeit. Er komt een heerlijke geur vanaf. “Dit pad lijkt me goed”, zegt mamma. Pappa is het met haar eens. Amélie huppelt vooruit. Ze gaat achter het elfje aan, maar dat zien haar ouders niet. “Voorzichtig! Pas op, er lopen boomwortels dwars over het pad. Niet vallen Amélie”, waarschuwt mamma. Maar het gaat goed. Pappa stuurt de kinderwagen handig langs de wortels en met zijn allen gaat ze verder op dit pad.