Amélie in het bos

Amélie i skogen

Op een zonnige herfstdag wandelt Amélie in het bos met haar pappa en mamma en haar babyzusje in de kinderwagen. Langs het bospad zien ze een grote paddenstoel staan. Die heeft een witte steel en een rode hoed met witte stippen. “Niet aankomen”, zegt mamma, “dat is een vliegenzwam. Hij is heel mooi, maar ook giftig. Je krijgt er vreselijke buikpijn van, au au!” Mamma houdt haar hand op haar buik en trekt een raar gezicht. Amélie moet lachen.

Amélie heeft net een liedje geleerd over een kabouter op een paddenstoel, rood met witte stippen. Is hier ook een kaboutertje in de buurt? Ze buigt zich voorover en kijkt eens goed. Ze ziet dat er een deurtje in de steel van de paddenstoel zit. En dat deurtje gaat open! Er komt een kabouter naar buiten. “Hallo Amélie, kom je een kopje thee drinken met mij?”, vraagt hij.

Amélie weet precies wat ze moet doen. Ze maakt zich heel klein, zodat ze door het deurtje past zonder ergens aan te komen. Daarbinnen ziet ze een klein tafeltje staan met twee stoeltjes. Op de tafel staat een theeserviesje. Net zo een als zij zelf heeft thuis. De kabouter schenkt voor allebei een kopje aardbeienthee in. Het is heel gezellig en Amélie wil nog wel blijven, maar buiten roept mamma: “Amélie, nu gaan we verder hoor. Daarginds is een holle boom. Wat zou daar in zitten? Kom je?”

Amélie drinkt haar thee op en stapt weer naar buiten zonder de paddenstoel aan te raken. De kabouter vraagt: ”Kom je nog eens terug?” “Ja hoor, heel vaak!” antwoordt Amélie, “maar nu ga ik eerst naar de holle boom met pappa en mamma. Tot ziens!”

Pappa is al een eindje vooruitgelopen met de kinderwagen. Mamma en Amélie lopen naar hem toe en met zijn allen wandelen ze verder langs het bospad.

8 gedachten over “Amélie in het bos”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *